In de nasleep van de Younison-affaire (waarover ik uitgebreid bericht heb) heb ik heel wat zitten nadenken over hoe volgens mij een auteursrechtenrechtenorganisatie zoals Sabam in de huidige digitale context zou moeten functioneren. Hoog tijd om die gedachten ook eens op te schrijven.
Op zich houdt een auteursvereniging zich al decennia lang bezig met het verzamelen en verwerken van data. Auteurs melden zich aan bij Sabam, laten hun nummers registreren en dat komt allemaal in de grote databank die Sabam over de hele wereld met haar zusterorganisaties deelt. Verder verzamelt Sabam ook informatie aan de ‘consumenten’-kant: radioplaylists worden binnengehaald, cd- en platenverkoop worden bijgehouden, concerten en feestjes worden gescreend en iedereen die een economische activiteit voert en daarbij gebruik maakt van muziek, wordt verzocht zijn financiële bijdrage te leveren, omdat hij tenslotte geld verdient door gebruik te maken van de creatieve arbeid van anderen – de auteurs die o.a. Sabam vertegenwoordigt. Tot een aantal jaar geleden was het uiteraard onmogelijk om exact bij te houden welke restauranthouder of klerenwinkel welke muziek draait en daarom was de enige mogelijkheid om uit te gaan van steekproeven, forfaitaire en billijke vergoedingen.
Ik onthoud vooral: de kerntaak van een auteursvereniging is auteurs uitbetalen op basis van verzamelde DATA.
Wat is de economische context van vandaag? De economische macht is steeds meer aan het verschuiven van de productie en distributie van fysieke goederen naar de verzameling en verwerking van… (digitale) data. Google moet op dit vlak wel zeker de meest in het oog springende speler zijn. Facebook bouwt heel zijn economische waarde op rond onze persoonlijke data. Last.fm, iLike en iTunes Genius screent ons luistergedrag om ons aangenaam te verrassen met onbekende muziek die goed aansluit bij onze muzieksmaak.
Data worden alsmaar meer een belangrijke economische munt. Bovendien doet er zich de laatste twee jaren een interessant fenomeen voor. Alle grote platformen stellen alsmaar meer hun API (Application Programming Interface) open waardoor platformen en applicaties massale stromen data kunnen uitwisselen. Ik beschouw dit als de meest recente grote golf in de internetgeschiedenis. Na de eerste generatie websites, die eigenlijk niet veel meer waren dan een uitstalraam, gevuld met al dan niet interessante content, die met elkaar verbonden werden door hyperlinks, won in de tweede generatie het sociale en interactieve contact tussen internetgebruikers alsmaar aan belang (het zogenaamde web 2.0). Mensen bouwen een online identiteit op en leggen of onderhouden contacten met vrienden en kennissen op grote platformen zoals MySpace, Facebook of LinkedIn of op talloze kleinschaligere netwerksites. Op dit moment praten niet alleen de internetgebruikers met elkaar, maar ook de platformen zijn volop met elkaar aan het ‘babbelen’. Zij wisselen voortdurend data met elkaar uit. Dit gaat gepaard met een verschuiving in perceptie over hoe men zich moet opstellen tegenover andere actoren (concurrenten) in de markt. Er is een duidelijke overgang merkbaar van een transactioneel naar een collaborationeel model. Men ziet in dat het veel voordeliger is om de data open te stellen (in plaats van ze af te schermen) tegenover andere partijen, omdat die partijen met hun eigen invalshoek en specialisme op basis van die data weer nieuwe waarde creëren, die precies de waarde van het eigen platform verhoogt. Facebook is het sleutelvoorbeeld van deze trend. Zij stelden de gegevens van hun gebruikers open voor andere applicatieontwikkelaars, die ontelbaar nuttige en minder nuttige applicaties bouwden. Er onstond een gigantische economische activiteit van bedrijven rond het Facebookplatform. Je zou kunnen argumenteren dat Facebook geld op tafel liet liggen, maar eigenlijk gunden zij het vooral andere actoren om hun graantje mee te pikken en op langere termijn was dit het droomrecept voor het gigantische succes waar Facebook nu voor staat. Facebook is groot geworden dankzij een collaborationele houding tegenover andere applicatieontwikkelaars.
Maar ondertussen zijn we ver afgedwaald van de oorspronkelijke vraagstelling: wat is de rol van een auteursvereniging in de 21ste eeuw? Uit mijn uitgebreide schets van de huidige economische context moeten we twee dingen onthouden: de toekomst is data-driven en collaborationeel. Aangezien auteursrechtenverenigingen al decennia lang data-driven zijn geweest, wil dit zeggen dat zij in dit tijdperk een top nodge dataverwerkingsentiteit moeten zijn met de meest geavanceerde IT-capaciteiten. In het laatste nummer van het Sabammagazine werd er geponeerd dat de organisatie volop gereorganiseerd wordt. De mensen met de juiste competenties moeten op de juiste plaats zitten. Er werd gesproken over kernactiviteiten en ondersteunende activiteiten zoals IT. Volgens mij is IT een kernactiviteit van Sabam en moet vooral hier een hypercompetent team aan het werk worden gezet.
De taak van dit team bestaat erin om een krachtige en gebruiksvriendelijke applicatie te schrijven, waarbij alle aangesloten leden hun profiel kunnen bekijken en updaten, kunnen zien welke sommen er binnenstromen en waar dat geld precies vandaan komt (Op dit moment bestaat er al zoiets dergelijks op de Sabamsite, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik het nog niet echt heb uitgeprobeerd. Ik moet duidelijk meer nieuwe nummers maken en registreren…). Maar nu komt het essentiële: er moet ook een API geschreven worden waarlangs externe actoren het systeem met extra informatie over muziekgebruik kunnen voeden. Het is niet nodig dat Sabam alles zelf gaat screenen en eindeloos gaat progammeren. Er zijn namelijk al genoeg data voorhanden die door bedrijven worden verzameld. Die data moeten volgens een collaborationeel model uitgewisseld worden via de API’s, want dit leidt tot een win-winsituatie voor alle partijen.
Op dit moment ontstaat er behoorlijk wat wrevel wanneer de Sabamcontroleur in een café of restaurant komt aankloppen om de vergoeding te innen. ‘Gaat dat geld wel effectief naar de artiesten en de muziek die hier wordt gedraaid? Het komt allemaal terecht bij de top-50 artiesten die toch al geld genoeg hebben’ is vaak de niet geheel onterechte kritiek. De bereidwilligheid om te betalen zou veel groter worden als caféuitbaters weten dat het geld effectief bij de juiste persoon terechtkomt. Vroeger kon men helaas ook niet beter, maar tegenwoordig is de technologie aanwezig om dit veel efficiënter te laten verlopen. In de meeste cafés komt de muziek tegenwoordig uit een computer, waar alles heel netjes kan worden bijgehouden. En zelfs als er volop met cd’s of vinyl wordt gewerkt bestaan er technologieën zoals Shazam die het audiosignaal onmiddellijk herkennen als het juiste nummer.
Stel dat de controleur binnenstapt in een café om de betaling af te handelen. Deze keer heeft hij twee voorstellen. De caféuitbater kan de forfaitaire vergoeding betalen, zoals het de voorbijgaande jaren het geval was. Maar nu is er iets nieuws: het café kan ook een Last.fm profiel aanmaken en de Audio Scrobbler installeren. Al de data van het Last.fm profiel stromen automatisch binnen in de API van Sabam en op die manier kunnen de auteurs veel correcter uitbetaald worden. Omdat Sabam deze manier van werken wil stimuleren betaalt de caféuitbater hiervoor een stuk minder dan de normale forfaitaire vergoeding. Als er niet met een computer gewerkt wordt, kan Shazam misschien een oplossing bieden. En het blijft uiteraard niet beperkt tot Last.fm of Shazam. De Sabam-inner heeft een hele lijst bij van technologieproviders die besloten hebben om de informatie die ze tracken door te geven aan de Sabam API. De caféuitbater kan kiezen welke technologie zijn voorkeur geniet. Misschien willen sommige cafés liever anoniem blijven en zien ze het niet zitten dat heel hun muziekcollectie gescreend wordt. Dan zullen ze de forfaitaire vergoeding moeten betalen, die een stuk hoger ligt. Daar gaat het allicht naar toe in onze data-driven toekomst: voor privacy zul je moeten betalen.
Maar een caféuitbater hoeft het niet noodzakelijk als een schending van zijn privacy te zien dat de muziek die in zijn café gedraaid wordt getrackt wordt. Het kan ook juist als promotie beschouwd worden. Als ik op de website van het café het Last.fm profiel zie van dat café en ik merk dat de muziek die daar gespeeld wordt voor een groot deel overeenstemt met mijn muzieksmaak (Last.fm berekent zelf de similar taste in procenten uitgedrukt), zal ik misschien eerder geneigd zijn om er binnen te gaan. Uit een grote datastroom kan iedereen zijn profijt halen: de caféuitbater, de technologiebedrijven (die immers zien dat hun applicaties steeds meer gebruikt worden), de auteursrechtenvereniging (die aan legitimiteit en credibiliteit wint) en de auteurs (die nu het geld krijgen dat ze verdienen). Dat is nu eenmaal wat het collaborationele model met zich meebrengt: winst voor iedereen.
Wat is dan de kern van de zaak voor Sabam? Een hypercompetent IT-team met programmeurs en data-analysten die de applicatie en het API-platform creëren. Wat hoeft dat te kosten? Naar mijn inschatting is een team van een zestal heel gekwalificeerde mensen, met daar bovenop wat opleiding voor de controleurs die met de nieuwe tarieven en formules op de baan moeten. Twee miljoen euro per jaar misschien? Als ik me niet vergis, 1 of 2 % van de omzet van Sabam?
















Hey,
Zeer interessant artikel! Ik volg je volledig.